ECLI:NL:CRVB:2006:AV1985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluit wegens onjuiste inschatting arbeidsongeschiktheid en nieuw besluit vereist
Appellant, werkzaam als internationaal vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek in 1999 en werd in 2000 geopereerd wegens een niertumor. De UWV kende hem een WAO-uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn psychische beperkingen en medicatie-effecten onvoldoende waren meegewogen.
De Raad heropende het onderzoek en liet meerdere medische deskundigen rapporteren, waaronder een psychiater die concludeerde dat de beperkingen groter waren dan aanvankelijk ingeschat. Niettemin vond de Raad dat de medische beperkingen op een toereikende grondslag berustten, maar dat het arbeidskundig aspect onvoldoende was meegewogen.
De Raad stelde vast dat de functies die appellant kon vervullen niet passend waren vastgesteld en dat het verlies aan verdienvermogen hoger was dan aangenomen. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en bepaalde dat de UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de juiste medische en arbeidskundige gegevens.
Daarnaast veroordeelde de Raad de UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Het recht van appellant op vergoeding van het betaalde griffierecht werd eveneens bevestigd.
Uitkomst: Het bestreden WAO-besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de juiste medische en arbeidskundige beoordeling.