ECLI:NL:CRVB:2006:AV2008
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijk verklaring wegens niet tijdige betaling griffierecht
In deze zaak gaat het om een verzet dat is ingesteld door de gemachtigde van de opposante tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 11 augustus 2005. In die uitspraak werd het hoger beroep van de opposante niet-ontvankelijk verklaard omdat zij het griffierecht niet tijdig had voldaan. De opposante, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. A.J. Stoter, stelde dat het griffierecht wel degelijk tijdig was betaald, maar dat er een fout was gemaakt bij de overboeking. Het bedrag was per abuis overgemaakt naar de rekening van het arrondissement Amsterdam in plaats van naar het arrondissement Utrecht, wat leidde tot de terugstorting van het bedrag en de constatering van de fout pas na de termijn voor betaling.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld op 5 januari 2006, waarbij de gemachtigde van de opposante zijn argumenten naar voren bracht. De Raad oordeelde dat de opposante niet had voldaan aan de vereisten voor tijdige betaling van het griffierecht, ondanks de uitleg van de gemachtigde. De Raad benadrukte dat de keuze van de opposante voor een andere wijze van betaling en de gemaakte vergissing voor haar rekening en risico komen. De aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad, waar de gemachtigde naar verwees, was niet van toepassing op deze situatie, aangezien daar wel aan het juiste gerecht was betaald, zij het met een onjuist betalingskenmerk.
Uiteindelijk heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak in stand gelaten. De Raad heeft geen termen aanwezig geacht om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht, wat betekent dat er geen proceskostenvergoeding werd toegekend. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 9 februari 2006.