ECLI:NL:CRVB:2006:AV2008

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-2076 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
  • J.Th. Wolleswinkel
  • F.A.M. Stroink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard

Opposante heeft tegen een eerdere uitspraak waarbij haar hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht verzet ingesteld. Zij stelde dat het griffierecht wel binnen de termijn was betaald, maar abusievelijk naar de verkeerde rekening van een ander arrondissement was overgemaakt. Dit werd pas ontdekt na terugstorting van het bedrag.

De Raad oordeelde dat de betaling niet tijdig was voldaan op de voorgeschreven wijze en dat de gemaakte vergissing voor rekening en risico van opposante komt. De aangehaalde jurisprudentie van de Hoge Raad betrof een andere situatie waarin wel aan het juiste gerecht was betaald.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak gehandhaafd. Er waren geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 9 februari 2006.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

05/2076 AW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,
en
het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel “De Baarsjes” van de gemeente Amsterdam, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
De Raad heeft bij uitspraak van 11 augustus 2005 het namens opposante ingestelde hoger beroep tegen een door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam op
23 februari 2005 tussen partijen gewezen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan.
Tegen de uitspraak van 11 augustus 2005 heeft gemachtigde van opposante bij brief van 19 september 2005 verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad van 5 januari 2006, waar namens opposante is verschenen mr. A.J. Stoter, advocaat te Amstelveen. Geopposeerde heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen door mr. N.A. Sjoer, advocaat te Amsterdam.
II. MOTIVERING
1. Bij de in rubriek I genoemde uitspraak van 11 augustus 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposante het griffierecht niet tijdig heeft voldaan en omdat geen grond was aangevoerd waarop redelijkerwijs kon worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim was.
2. In verzet heeft de gemachtigde van opposante aangevoerd dat hij het verschuldigde griffierecht heeft overgemaakt binnen de termijn die de Raad had gesteld in het schrijven van 13 mei 2005. Abusievelijk is het verschuldigde bedrag echter overgemaakt naar de rekening van arrondissement Amsterdam in plaats van arrondissement Utrecht. De gemachtigde was in de veronderstelling dat het griffierecht op de juiste wijze was voldaan, zodat hij verder geen actie heeft ondernomen. Echter op 18 juni 2005 werd het betaalde bedrag door het arrondissement Amsterdam teruggestort op de rekening van de gemachtigde en op 20 juni 2005 ontdekte hij die fout. Na ontdekking heeft de gemachtigde de Raad onverwijld schriftelijk uitleg gegeven, alsmede het bedrag alsnog door middel van een spoedoverboeking overgemaakt. Volgens de gemachtigde kon hij de fout niet eerder ontdekken en kwam deze pas aan het licht door de retourstorting. Indien het arrondissement Amsterdam het bedrag niet zo lang had vastgehouden en meteen had teruggestort had hij het griffierecht nog binnen de termijn kunnen voldoen.
Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde nog een beroep gedaan op een uitspraak van de Hoge Raad van 21 oktober 2005, LJN AU4738.
3. De Raad acht in hetgeen de gemachtigde in verzet heeft aangevoerd geen reden gelegen om de door de Raad op 11 augustus 2005 gegeven uitspraak niet in stand te laten.
Vast staat dat opposante het griffierecht niet binnen de gestelde termijn op de, in het schrijven van de Raad van 21 april 2005 en 13 mei 2005 aangegeven wijze - gebruikmaking van de toegezonden acceptgiro - heeft voldaan. Dat wel tijdig aan een ander gerecht is betaald is niet van belang. De keuze van opposante voor een andere wijze van betaling en de daarbij gemaakte vergissing dient voor rekening en risico van opposante te worden gelaten.
De aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad ziet op een andere situatie, nu daarbij wel aan het juiste gerecht was betaald, zij het met vermelding van een onjuist betalings-kenmerk.
4. Uit het vorenstaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en mr. J.Th. Wolleswinkel en prof. mr. F.A.M. Stroink als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 9 februari 2006.
(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.
(get.) P.W.J. Hospel.
HD
6.02