ECLI:NL:CRVB:2006:AV2057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde WAZ-uitkering ondanks psychische impact strafvervolging
Appellant maakte bezwaar tegen kortingen op zijn WAZ-uitkering en de terugvordering van te veel betaalde bedragen over perioden in 1998 en 1999-2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant inkomsten uit arbeid niet had weersproken en dat de terugvordering wettelijk verplicht was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zijn inkomsten steeds correct had gemeld en dat hij mocht vertrouwen op de juiste uitkering, waardoor de terugvordering in strijd zou zijn met het vertrouwensbeginsel. Tevens stelde hij dat de psychische impact van een strafrechtelijke vervolging wegens fraude een dringende reden vormde om van terugvordering af te zien.
De Raad overwoog dat de terugvordering wettelijk verplicht is bij onverschuldigde betalingen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn. De psychische gevolgen van de strafvervolging, waarvoor het Openbaar Ministerie verantwoordelijk is, kunnen niet als dringende reden worden aangemerkt. Ook was geen sprake van een ondubbelzinnige schriftelijke toezegging die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen.
Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. De terugvordering blijft in stand, ondanks de door appellant aangevoerde omstandigheden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van te veel betaalde WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.