ECLI:NL:CRVB:2006:AV2070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid voor niet-betaalde premies werknemersverzekeringen
Appellant was bestuurder van een transportbedrijf dat failliet ging. Hij werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde premies werknemersverzekeringen over 1994-1998, waarbij sprake zou zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur vanwege onjuiste loonadministratie en niet-afgedragen premies.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk, maar verklaarde het beroep tegen een gewijzigd besluit gegrond en vernietigde dat besluit vanwege schending van het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De Raad beoordeelde in hoger beroep of sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De Raad oordeelde dat het enkele feit dat appellant en de vennootschap meenden geen premies te hoeven betalen over stagevergoedingen en betalingen voor laden en lossen onvoldoende is om kennelijk onbehoorlijk bestuur aan te nemen. Het ging om proefplaatsingen die in de administratie waren verantwoord. Ook was er geen sprake van onrechtmatige loonbetalingen aan Oostenrijkse chauffeurs.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt deels toegewezen; het enkele feit dat geen premies werden afgedragen over stagevergoedingen en laden en lossen is onvoldoende voor kennelijk onbehoorlijk bestuur.