ECLI:NL:CRVB:2006:AV2071
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging arbeidsverplichtingen aan uitkeringsgerechtigde op grond van Ioaw
Appellante en haar echtgenoot ontvangen een periodieke uitkering op grond van de Ioaw. Aanvankelijk waren zij vrijgesteld van arbeidsverplichtingen, maar na medisch advies van het Regionaal Indicatie Orgaan Rivierenland (Rio) van 23 oktober 2002 legde het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren op 17 december 2002 opnieuw arbeidsverplichtingen aan appellante op, waarbij rekening werd gehouden met haar geschiktheid voor aangepaste taken.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar na een aanvullende beoordeling door het Rio en een hoorzitting verklaarde het College haar bezwaar ongegrond bij besluit van 30 september 2003. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij om medische of andere redenen niet aan de arbeidsplicht kon voldoen. De medische adviezen van het Rio en de verklaring van de huisarts overtuigden de Raad niet van ongeschiktheid voor aangepaste werkzaamheden. De Raad bevestigde daarom het besluit om de arbeidsverplichtingen op te leggen en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de oplegging van arbeidsverplichtingen aan appellante op grond van de Ioaw.