ECLI:NL:CRVB:2006:AV2167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passendheid voorgehouden functies bij WAO-uitkering en mate van arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig monteur, viel uit wegens peesklachten en werd door het UWV beoordeeld als 15 tot 25% arbeidsongeschikt met passende functies. Na bezwaar en beroep oordeelde de rechtbank dat het bestreden besluit juist was en dat de functies binnen het belastbaarheidspatroon pasten.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de overschrijdingen in de voorgehouden functies onvoldoende waren gemotiveerd. De Raad concludeerde echter dat, uitgaande van de medische beperkingen zoals vastgesteld, appellant de functies, waaronder aardappelsorteerder, kon verrichten. De Raad hield vast aan de beoordeling per 4 juni 2001 en liet latere verslechteringen buiten beschouwing.
De Raad verwierp het beroep en bevestigde het besluit van het UWV. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af en vond geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% wordt bevestigd.