ECLI:NL:CRVB:2006:AV2323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.G. Treffers
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf 1999 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van meldingen over haar werksituatie en het samenwonen met haar echtgenoot, voerde de gemeente een onderzoek uit. Dit leidde tot het besluit van 9 januari 2003 om de bijstand over de periode december 2001 tot oktober 2002 in te trekken en de kosten terug te vorderen, omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde en een gezamenlijke huishouding vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit gebaseerd was op een onjuiste wettelijke grondslag, omdat artikel 3, derde en vierde lid, van de Abw alleen geldt voor ongehuwden. De Raad stelde vast dat appellante en haar echtgenoot weliswaar gehuwd waren, maar niet duurzaam gescheiden leefden, wat betekent dat zij een gezin vormden volgens artikel 4 van Pro de Abw.
Omdat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door niet te melden dat zij met haar echtgenoot een gezin vormde, was de intrekking van de bijstand terecht. De Raad vond geen dringende redenen om van intrekking of terugvordering af te zien. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking en terugvordering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.