ECLI:NL:CRVB:2006:AV2414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en weigering WW-uitkering bij arbeidsongeschiktheid en reïntegratie
Appellante, werkzaam als dialyseverpleegkundige, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Haar bezwaren tegen dit besluit en een daaropvolgende herbeoordeling werden door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze besluiten, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit van 3 december 2001 wegens een gebrek aan arbeidskundige toets bij de herbeoordeling.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen werd als zorgvuldig en volledig beoordeeld, waarbij ook de psychische beperkingen pas in 2004 werden erkend. Appellante voerde aan dat de psychiater Kuilman reeds in 2002 psychische beperkingen had vastgesteld, maar dit werd door de Raad niet als relevant geacht voor de periode in geschil.
Ten aanzien van de WW-uitkering werd het verzoek afgewezen omdat appellante niet beschikbaar zou zijn geweest voor de arbeidsmarkt vanaf 23 juni 2000. De Raad oordeelde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen op het bezwaar tegen het vernietigde besluit. De overige aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: Besluit van 3 december 2001 wordt vernietigd en UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen; overige besluiten worden bevestigd.