ECLI:NL:CRVB:2006:AV2536
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1938 te Batavia, verzocht in 2004 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij baseerde haar aanvraag op verschillende gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode, waaronder het krijgsgevangen nemen van haar vader, mortierbeschietingen in haar woonomgeving, het vele malen moeten verhuizen, verblijf in een kamp en bedreigende situaties.
De Raad oordeelt dat het verblijf in een opvang- of evacuatiekamp en het vele malen verhuizen algemene oorlogsomstandigheden zijn die niet onder de reikwijdte van artikel 2 van Pro de Wet vallen. Daarnaast is onvoldoende bewijs gevonden voor het bestaan van een extremistenkamp en directe betrokkenheid bij mortierbeschietingen. De bedreigingen die eiseres ervoer zijn onvoldoende onderbouwd en voldoen niet aan de criteria van oorlogsgeweld zoals omschreven in de Wet.
Het onderzoek van verweerster is volgens de Raad zorgvuldig uitgevoerd, waarbij ook beschikbare documentatie over het gebied is bestudeerd. Gezien de summiere herinneringen van eiseres ontbraken verdere aanknopingspunten voor nader onderzoek. De Raad concludeert dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wet, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van oorlogsgeweld.