ECLI:NL:CRVB:2006:AV2547
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1923 in voormalig Nederlands-Indië, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij baseerde haar aanvraag op gezondheidsklachten die het gevolg zouden zijn van haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode.
De verweerster wees de aanvraag af omdat onvoldoende was aangetoond dat eiseres is getroffen door oorlogsgeweld zoals omschreven in de Wet. De Raad overwoog dat hoewel eiseres moeilijke en angstige omstandigheden heeft meegemaakt, waaronder het zien van dode lichamen en ongeregeldheden, deze algemene oorlogsomstandigheden niet kwalificeren als direct tegen haar gerichte oorlogsgeweld.
Ook het seksuele misbruik van haar zusters werd niet toegerekend aan eiseres, omdat zij daarbij niet direct aanwezig was en al ouder was dan de gehanteerde maximale leeftijd voor jeugdige confrontatie met geweld. De Raad concludeerde dat de aanvraag vooral steunt op ontwrichting van het gezinsleven en armoede, wat niet voldoende is voor erkenning. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende is aangetoond dat eiseres is getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet.