ECLI:NL:CRVB:2006:AV2555
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroepschrift wegens termijnoverschrijding afgewezen
Opposante diende een beroepschrift in tegen een besluit van 29 september 2004, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet tijdig was ingediend. Opposante maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door middel van verzet, dat op 5 januari 2006 werd behandeld, waarbij zij niet aanwezig was.
De Raad stelde vast dat het beroepschrift gedateerd was op 20 december 2004, maar pas op 2 januari 2005 ter post was bezorgd en op 6 januari 2005 was ontvangen, wat buiten de wettelijke termijn van dertien weken viel. Opposante voerde aan dat zij door taalproblemen en een poststaking vertraging had opgelopen en dat zij dacht dat de ontvangsttheorie van toepassing was.
De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden niet verschoonbaar waren en dat opposante de gevolgen van de termijnoverschrijding voor haar rekening moest nemen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.