ECLI:NL:CRVB:2006:AV2567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ANW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Gedaagde vroeg in juli 2000 een nabestaandenuitkering aan na het overlijden van haar echtgenoot. Appellant kende aanvankelijk een ANW-uitkering toe vanaf februari 2000, maar trok deze per 1 oktober 2000 in omdat gedaagde minder dan 45% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderzoek en motivering, met name omdat essentiële gegevens zoals de arbeidsmogelijkhedenlijst ontbraken.
In hoger beroep bracht appellant deze ontbrekende gegevens alsnog in, waaronder rapportages van verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige, en een advies van een cardioloog. De Raad concludeerde dat gedaagde medisch en arbeidskundig geschikt was voor licht-matig energetische werkzaamheden gedurende 30 uur per week, wat resulteert in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 45%.
De Raad oordeelde dat appellant de procedurele gebreken had hersteld en dat de intrekking van de ANW-uitkering terecht was. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit blijven derhalve in stand. Tevens werd vastgesteld dat er sprake is van toekenning van de uitkering over een afgesloten tijdvak, waardoor geen uitlooptermijn nodig is. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de ANW-uitkering per 1 oktober 2000 wordt bevestigd omdat gedaagde minder dan 45% arbeidsongeschikt is.