ECLI:NL:CRVB:2006:AV2589
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als schoonmaker, kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat appellant geschikt was voor bepaalde functies zonder verlies van verdiencapaciteit.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat twee geselecteerde functies niet passend waren, maar voldoende andere functies wel. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten onderschat waren en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was vanwege afwezigheid van een bezwaarverzekeringsarts en het ontbreken van een officiële tolk bij het psychiatrisch onderzoek.
De Raad vond echter dat het medisch onderzoek voldoende informatie bevatte, dat een neef als tolk had gefungeerd en dat het ontbreken van de bezwaarverzekeringsarts bij de hoorzitting geen onzorgvuldigheid opleverde. De Raad bevestigde dat appellant op de datum in geding in staat was tot de geselecteerde werkzaamheden en dat er geen relevant verlies aan verdiencapaciteit was. De grief over de uitlooptermijn werd eveneens verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens voldoende arbeidsvermogen en zorgvuldig onderzoek.