ECLI:NL:CRVB:2006:AV2626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging ingangsdatum AAW-uitkering zonder nieuwe feiten
Appellante heeft bij brief van 2 januari 2002 verzocht om de ingangsdatum van haar Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW)-uitkering te wijzigen van 4 juni 1985 naar 1 juli 1967, en daarmee een hogere uitkering te verkrijgen. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), wees dit verzoek bij besluit van 12 februari 2002 af, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die een herziening rechtvaardigden.
Appellante stelde beroep in tegen het bestreden besluit, maar de rechtbank Arnhem verklaarde dit beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overweegt dat het bestuursorgaan op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd is om een nieuwe aanvraag af te wijzen als deze geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevat ten opzichte van een eerdere afwijzende beschikking.
De Raad stelt vast dat appellante niet is opgekomen tegen het eerdere besluit van 29 september 2000 en dat haar verzoek van 2 januari 2002 geen nieuwe feiten bevat. Daarom is het besluit van het UWV om niet terug te komen op de eerdere beschikking terecht en is het beroep ongegrond verklaard. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro, zodat het bestreden besluit gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de wijziging van de ingangsdatum van de AAW-uitkering wordt bevestigd.