ECLI:NL:CRVB:2006:AV2626

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1351 AAW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.W.J. Schoor
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging ingangsdatum AAW-uitkering zonder nieuwe feiten

Appellante heeft bij brief van 2 januari 2002 verzocht om de ingangsdatum van haar Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW)-uitkering te wijzigen van 4 juni 1985 naar 1 juli 1967, en daarmee een hogere uitkering te verkrijgen. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), wees dit verzoek bij besluit van 12 februari 2002 af, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd die een herziening rechtvaardigden.

Appellante stelde beroep in tegen het bestreden besluit, maar de rechtbank Arnhem verklaarde dit beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overweegt dat het bestuursorgaan op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevoegd is om een nieuwe aanvraag af te wijzen als deze geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevat ten opzichte van een eerdere afwijzende beschikking.

De Raad stelt vast dat appellante niet is opgekomen tegen het eerdere besluit van 29 september 2000 en dat haar verzoek van 2 januari 2002 geen nieuwe feiten bevat. Daarom is het besluit van het UWV om niet terug te komen op de eerdere beschikking terecht en is het beroep ongegrond verklaard. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro, zodat het bestreden besluit gehandhaafd blijft.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de wijziging van de ingangsdatum van de AAW-uitkering wordt bevestigd.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1351 AAW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 30 januari 2004, nummer 02/2052 AAWAO, waarnaar hierbij wordt verwezen.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 10 januari 2006, waar appellante in persoon is verschenen, bijgestaan door J.J.H. Melssen, en waar namens gedaagde is verschenen mr. J.H. Nuyens, werkzaam bij het Uwv.
II. MOTIVERING
Aan de aangevallen uitspraak en de overige gedingstukken ontleent de Raad de volgende feiten en omstandigheden.
Bij besluit van 29 september 2000 heeft gedaagde aan appellante met ingang van
4 juni 1985 (één jaar na aanvraag) een uitkering ingevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Bij brief van 2 januari 2002 heeft appellante verzocht de ingangsdatum van de AAW-uitkering te stellen op 1 juli 1967. Bij besluit van 12 februari 2002 heeft gedaagde naar aanleiding van deze brief aan appellante medegedeeld dat niet wordt teruggekomen van het besluit van 29 september 2000. Bij besluit van 20 augustus 2002 (hierna: het bestreden besluit) heeft gedaagde het tegen het besluit van 12 februari 2002 door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en laatstgenoemd besluit gehandhaafd. Het door appellante tegen het bestreden besluit ingestelde beroep is door de rechtbank bij haar in rubriek I genoemde uitspraak ongegrond verklaard.
Het gaat in dit geding om de beantwoording van de vraag of het oordeel van de rechtbank over het bestreden besluit in rechte stand kan houden.
De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend en stelt zich achter de overwegingen van de aangevallen uitspraak.
De Raad overweegt dat de rechtbank met juistheid heeft vastgesteld dat gedaagde in zijn besluit van 12 februari 2002 gebruik heeft gemaakt van zijn in artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde bevoegdheid. Op grond van deze bepaling is het bestuursorgaan indien een aanvrager na een afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag heeft gedaan, waarin geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn vermeld, bevoegd om de aanvraag af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking. De rechtbank is met gedaagde van oordeel dat appellante in haar verzoek van 2 januari 2002 om voor wat betreft de ingangsdatum van de AAW-uitkering terug te komen van het besluit van 29 september 2000 geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld. Dit betekent volgens de rechtbank dat gedaagde bevoegd was om appellantes verzoek onder verwijzing naar het eerdere besluit van 29 september 2000 af te wijzen. De rechtbank is voorts van oordeel dat gedaagde in het onderhavige geval in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt.
De Raad stelt vast dat appellante met haar brief van 2 januari 2002 heeft beoogd om de in de beschikking van 29 september 2000 vermelde ingangsdatum van haar AAW-uitkering van 4 juni 1985 zodanig te wijzigen dat zij vanaf 1967 een dergelijke uitkering krijgt. Tevens beoogt zij met haar verzoek een hogere uitkering te verkrijgen. De Raad stelt tevens vast dat appellante indertijd niet is opgekomen tegen meergenoemd besluit van
29 september 2000. Gelet op het feit dat appellante in haar brief van 2 januari 2002 ter onderbouwing van haar verzoek geen als nieuw aan te merken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd, beslist de Raad zoals hieronder in rubriek III is weergegeven.
De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. C.W.J. Schoor in tegenwoordigheid van J.W. Engelhart als griffier en uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2006.
(get.) C.W.J. Schoor.
(get.) J.W. Engelhart.
RG