ECLI:NL:CRVB:2006:AV2633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en geschiktheid geduide functies
Appellant, voormalig conciërge, ontving aanvankelijk een WAO-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid. Gedaagde herzag deze uitkering van 80-100% naar 55-65% arbeidsongeschiktheid, wat door appellant werd bestreden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
Tijdens het hoger beroep trok gedaagde het eerste besluit in en stelde een nieuw besluit vast met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%. De Raad oordeelde dat het belang bij beoordeling van het eerste besluit verviel en dat het beroep mede tegen het tweede besluit moest worden gericht. Medische rapporten bevestigden de psychische beperkbaarheid en de geschiktheid voor bepaalde functies onder begeleiding.
De Raad concludeerde dat de geduide functies passend zijn en dat de beperkingen adequaat zijn meegewogen. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard voor het eerste besluit en ongegrond voor het tweede besluit. Gedaagde werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.