ECLI:NL:CRVB:2006:AV2645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens niet voldoen aan wekeneis directeur-grootaandeelhouder
Gedaagde was directeur en enig aandeelhouder van een holding die aandelen hield in diverse BV's. Na het faillissement van een BV maakte zij een doorstart met een nieuwe vennootschap, waarbij zij in januari 2001 afspraken maakte over de verkoop van aandelen in de holding. De overdracht van aandelen vond plaats op 29 juni 2001 en werd bij notariële akte van 26 juli 2001 geëffectueerd.
Gedaagde viel in augustus 2001 wegens ziekte uit en vroeg in augustus 2002 een WW-uitkering aan. Deze werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de wekeneis van 26 weken arbeid in de 39 weken voorafgaand aan werkloosheid. De rechtbank had het bezwaar van gedaagde tegen deze afwijzing gegrond verklaard omdat appellant onvoldoende onderzoek had gedaan naar haar status als directeur-grootaandeelhouder.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en oordeelt dat het aan gedaagde was om aan te tonen dat zij ondergeschikt was aan de algemene vergadering van aandeelhouders, wat zij niet heeft gedaan. De Raad stelt dat gedaagde pas vanaf 26 juli 2001 als werknemer kan worden aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WW-uitkering gehandhaafd.