ECLI:NL:CRVB:2006:AV2693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.G. Treffers
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens weigering medewerking huisbezoek en samenwoning ex-partner
Appellante ontving vanaf 19 april 1999 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder. Naar aanleiding van een rapportage werd een nader onderzoek ingesteld naar mogelijke samenwoning met haar ex-partner. Appellante werd uitgenodigd voor een gesprek op 12 februari 2003, waarbij werd aangekondigd dat ter verificatie een huisbezoek zou worden afgelegd. Appellante weigerde medewerking aan dit huisbezoek.
Hierop werd haar bijstandsuitkering ingetrokken met ingang van 12 februari 2003. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Het beroep tegen de afwijzing van een latere aanvraag werd ongegrond verklaard. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraken.
De Raad oordeelt dat op grond van artikel 65, tweede lid, van de Algemene bijstandswet de belanghebbende verplicht is medewerking te verlenen aan een huisbezoek, tenzij er een zeer dringende reden is dit te weigeren. De door appellante aangevoerde reden (een rommelig huis) is niet voldoende. De Raad bevestigt dat appellante de medewerkingsplicht heeft geschonden en dat de intrekking terecht was.
Daarnaast oordeelt de Raad dat appellante en haar ex-partner feitelijk samenwonen, gelet op verklaringen, huisbezoek en informatie van de werkgever van de ex-partner. Hierdoor was de afwijzing van de latere aanvraag eveneens terecht. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens weigering medewerking aan het huisbezoek en de afwijzing van de latere aanvraag wegens samenwoning worden bevestigd.