ECLI:NL:CRVB:2006:AV2716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens overschrijding beroepstermijn in sociale zekerheidszaak
De opposante stelde beroep in tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad van 22 juli 2004. Dit beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de beroepstermijn. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld.
Tijdens de zitting op 5 januari 2006 werd vastgesteld dat het besluit correct was verzonden op 22 juli 2004, waarmee de beroepstermijn op 23 juli 2004 begon en eindigde op 2 september 2004. De Raad oordeelde dat er geen omstandigheden waren die de overschrijding van de termijn konden verontschuldigen, ondanks het feit dat het besluit aanvankelijk retour was gekomen en later opnieuw was verzonden.
De gemachtigde van opposante voerde aan dat het besluit door afwezigheid van opposante retour was gekomen en dat er geen melding was gedaan door de postdienst. Ook werd gesteld dat opposante twijfelde over het instellen van beroep, waardoor het beroepschrift pas op 3 september 2004 werd ingediend. De Raad achtte deze omstandigheden onvoldoende om het verzet gegrond te verklaren en wees het verzet af.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.