ECLI:NL:CRVB:2006:AV2728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding restantvordering onverschuldigde bijstand wegens onvoldoende aflossing
Appellante heeft jarenlang een schuld wegens onverschuldigde bijstand afgelost, maar verzocht kwijtschelding van de restantvordering van €3.748,39. Het College van B&W van Breda wees dit verzoek af omdat volgens gemeentelijk beleid minimaal 75% van de schuld moet zijn afgelost bij fraudevorderingen. De rechtbank bevestigde deze afwijzing en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het beleid niet onredelijk is en dat appellante niet aan de aflossingseis voldeed.
Appellante stelde dat zij door de lange aflossingsperiode onaanvaardbaar lang onder bijstandsniveau leefde, geen uitzicht had op inkomensverbetering als 65-plusser en medische problemen had door stress. De Raad overwoog echter dat de tijdsduur van aflossing geen bijzondere omstandigheid vormt en het ontbreken van perspectief op inkomensverbetering niet uitzonderlijk is voor AOW-gerechtigden. Medische stukken betroffen een latere periode en droegen niet bij aan haar stellingen.
De Raad bevestigt dat het College bevoegd was om verdere terugvordering op te schorten en dat het beleid om na 75% aflossing kwijtschelding te overwegen niet onredelijk is. Er waren geen bijzondere omstandigheden om van dit beleid af te wijken. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de restantvordering wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.