ECLI:NL:CRVB:2006:AV3009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Niet voldoen aan sollicitatieplicht tijdens oriëntatie op zelfstandige werkzaamheden
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) en een gedaagde die een WW-uitkering en een WAO-uitkering ontving. Gedaagde kreeg toestemming om zich gedurende drie maanden te oriënteren op werkzaamheden als zelfstandige. Tijdens deze periode en daarna gaf gedaagde aan niet te solliciteren vanwege de oriëntatie en het starten van een eigen praktijk.
Appellant legde een korting van 20% op de WW-uitkering op wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten na afloop van de oriëntatieperiode. De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er passende vacatures waren, waardoor het causaal verband tussen het niet solliciteren en het voortduren van werkloosheid niet was vastgesteld, en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de vooronderstelling geldt dat voldoende sollicitatieactiviteiten de kans op werk vergroten en dat gedaagde niet aannemelijk heeft gemaakt dat er geen passende arbeid beschikbaar was. Appellant hoefde daarom niet aan te tonen dat er vacatures waren. Gedaagde heeft de sollicitatieplicht geschonden, en de opgelegde maatregel is rechtmatig. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten blijft gehandhaafd.