ECLI:NL:CRVB:2006:AV3072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens beperkte belastbaarheid en arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als buisleidinglegger, viel op 21 september 1999 uit wegens knie- en beenklachten. Na een eerstejaarsherbeoordeling werd zijn WAO-uitkering per 10 december 2001 herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Appellant stelde in hoger beroep dat het belastbaarheidspatroon aangescherpt moest worden vanwege een niet-buigbare rechterknie, zwaarlijvigheid en psychische klachten.
De Raad oordeelde dat de beperkingen medisch juist waren vastgesteld en dat appellant de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies (bankbediende, confectienaaister, samensteller metaalprodukten) kon vervullen. De bezwaarverzekeringsarts had het belastbaarheidspatroon licht aangepast, met name vanwege knieproblemen, maar dit leidde niet tot een absolute belemmering.
De Raad concludeerde dat het verlies aan verdiencapaciteit 39,73% bedroeg, passend bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De psychische klachten waren onvoldoende onderbouwd om tot een ander oordeel te komen. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering waarbij de arbeidsongeschiktheid op 35 tot 45% werd vastgesteld, wordt bevestigd.