ECLI:NL:CRVB:2006:AV3076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Niet-verzekering voor WAO leidt tot weigering WAO-uitkering
Appellante was verkoopster en meldde zich in 1992 ziek. Na een WAO-uitkering toegekend te hebben gekregen, werd deze in 1993 ingetrokken. Een verzoek tot herziening in 2000 werd afgewezen. In 2001 werd onderzoek gedaan naar toegenomen arbeidsongeschiktheid, waarna een besluit werd genomen dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank oordeelde dat appellante op het moment van haar aanvraag in 2000 niet verzekerd was voor de WAO, waardoor het besluit moest worden vernietigd. Gedaagde nam daarop een nieuw besluit waarin werd vastgesteld dat appellante niet verzekerd was, en het bezwaar werd opnieuw ongegrond verklaard.
De Raad stelt vast dat appellante niet als werknemer werd beschouwd en dat de aanvraag ook betrekking had op toegenomen arbeidsongeschiktheid, maar dat artikel 43a van de WAO niet van toepassing was vanwege het tijdsverloop. Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond, omdat appellante niet verzekerd was voor de WAO.