ECLI:NL:CRVB:2006:AV3087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en verblijf in buitenland
Appellanten ontvingen bijstand volgens de Algemene bijstandswet (Abw). Na een douanecontrole in november 2000 waarbij een bankboekje met een saldo van 200.000 Hong Kong Dollars werd aangetroffen, stelde de gemeente Utrecht een onderzoek in. Appellanten werden verweten de inlichtingenplicht te hebben geschonden door het niet overleggen van bankmutaties en het niet melden van hun verblijf in het buitenland.
De gemeente schortte de bijstand op en besloot tot intrekking en terugvordering van € 80.897,14. De rechtbank verklaarde de bezwaren ongegrond, maar de Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende hadden aangetoond dat het tegoed niet tot hun vermogen behoorde. Het niet nakomen van de inlichtingenplicht leidde tot opschorting, maar de Raad vond dat voor de periode vóór 31 oktober 2000 onvoldoende bewijs was om het recht op bijstand te ontzeggen.
Daarom vernietigde de Raad het besluit van 2 maart 2004 en bepaalde dat de gemeente een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten van appellanten. Het beroep tegen het besluit van 5 november 2003 bleef buiten beschouwing.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode vóór 31 oktober 2000 en de gemeente moet een nieuw besluit nemen.