ECLI:NL:CRVB:2006:AV3099

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 februari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/577 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • K.J.S. Spaas
  • C.W.J. Schoor
  • C.P.M. van de Kerkhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Opposante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege een overschrijding van de in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn van zes weken voor het indienen van hoger beroep.

Opposante kwam in verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzet ongegrond was. De Raad vond dat opposante onvoldoende had onderbouwd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, onder meer omdat zij geen medische verklaring had overlegd en onvoldoende gebruik had gemaakt van beschikbare rechtsbijstand.

De Raad benadrukte dat het risico van het te laat instellen van het hoger beroep voor rekening van opposante komt. Er waren geen omstandigheden aanwezig die toepassing van artikel 8:75 Awb Pro rechtvaardigden. De uitspraak van 15 juli 2005 bleef daarmee in stand.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens termijnoverschrijding is ongegrond verklaard.

Uitspraak

05/577 WAO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposante heeft hoger beroep ingesteld tegen een tussen partijen gewezen uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
7 december 2004, reg. nr. Awb 03-1147 WAO.
Bij uitspraak van 15 juli 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante is van die uitspraak in verzet gekomen.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 17 januari 2006, waar partijen -met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Ten gevolge van het door opposante gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of hij bij zijn uitspraak van 15 juli 2005 terecht heeft geoordeeld dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is vanwege een niet verschoonbare overschrijding van de in de Awb gestelde termijn van zes weken voor het indienen daarvan.
Hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel geleid dan hetwelk is neergelegd in zijn uitspraak van 15 juli 2005.
De Raad is van oordeel dat hetgeen door opposante is aangevoerd niet voldoende is onderbouwd om de termijnoverschrijding van zes weken te excuseren. Door het indienen van bijvoorbeeld een medische verklaring had zij haar argumenten duidelijker kunnen onderbouwen.
Ten slotte merkt de Raad nog op dat opposante zich had kunnen wenden tot een wetswinkel of bureau voor rechtshulp in haar woonplaats. Door lang te wachten met het instellen van het hoger beroep heeft opposante een risico genomen en zoals de Raad reeds eerder in zijn uitspraken heeft overwogen dient dit risico voor rekening van de betrokkene te komen.
Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet, in samenhang met het vijfde lid van artikel 8:55 van Pro de Awb, ongegrond te worden verklaard. Gelet op het zesde lid van laatstgenoemd artikel blijft de uitspraak waartegen verzet is gedaan in stand.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas als voorzitter en mr. C.W.J. Schoor en mr. C.P.M. van de Kerkhof als leden, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier en uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2006.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.