ECLI:NL:CRVB:2006:AV3315
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening van besluit inzake uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
In deze zaak gaat het om een verzoek om herziening van een eerder besluit van de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, waarbij de aanvraag van eiser om een uitkering op basis van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 werd afgewezen. Eiser, geboren op 2 september 1925 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in het verleden meerdere aanvragen ingediend, die telkens zijn afgewezen op grond van het ontbreken van causaal verband tussen zijn gezondheidsklachten en de oorlogservaringen. De meest recente aanvraag, ingediend in juni 2004, was gebaseerd op rugklachten, maar verweerster oordeelde dat deze klachten degeneratief en constitutioneel van aard zijn en niet gerelateerd aan de oorlogservaringen van eiser.
De Centrale Raad van Beroep heeft de zaak behandeld op 12 januari 2006, waarbij eiser werd vertegenwoordigd door zijn advocaat, mr. A. Bierenbroodspot. Verweerster werd vertegenwoordigd door mr. T.R.A. Dircke. De Raad overwoog dat er geen nieuwe medische gegevens waren ingediend die een herziening van het eerdere besluit konden rechtvaardigen. De Raad concludeerde dat de eerdere afwijzing van de aanvraag terecht was en dat er geen redenen waren om het besluit te herzien. De Raad benadrukte dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en dat de toetsing door de Raad beperkt is, vooral in het geval van een tweede verzoek om herziening.
Uiteindelijk verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep van eiser ongegrond, wat betekent dat de eerdere besluiten van verweerster in stand blijven. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer, met mr. C.G. Kasdorp als voorzitter, en de leden mr. H.R. Geerling-Brouwer en mr. G.F. Walgemoed. De uitspraak vond plaats op 23 februari 2006.