ECLI:NL:CRVB:2006:AV3330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening dagloon met terugwerkende kracht en terugvordering WAO-uitkering niet aanvaardbaar
Appellant kreeg op 22 augustus 2000 een WAO-uitkering toegekend met een voorlopig vastgesteld dagloon. Later corrigeerde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) het dagloon met terugwerkende kracht en vorderde onverschuldigd betaalde uitkeringen terug. Appellant maakte bezwaar tegen de terugwerkende kracht en de terugvordering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant rekening moest houden met mogelijke terugvordering vanwege het voorbehoud in een bijlage bij het toekenningsbesluit. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet alle besluiten in de procedure had betrokken en dat de terugwerkende kracht van de daglooncorrectie niet aanvaardbaar was.
De Raad stelde dat het voorbehoud in de bijlage onvoldoende duidelijk was en dat appellant niet hoefde te verwachten dat het dagloon met terugwerkende kracht zou worden verlaagd. De terugvordering van de te veel betaalde uitkering kon daarom niet worden gehandhaafd. De Raad vernietigde de bestreden besluiten en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De terugwerkende kracht van de daglooncorrectie en de terugvordering van de WAO-uitkering zijn niet aanvaardbaar en de bestreden besluiten worden vernietigd.