ECLI:NL:CRVB:2006:AV3818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens geschiktheid geselecteerde werkzaamheden
Appellante, die sinds 2 augustus 1999 een WW-uitkering ontving en zich in september 1999 ziek meldde met psychische klachten, vroeg een WAO-uitkering aan. Deze werd afgewezen omdat zij volgens de arbeidsdeskundige met haar medische beperkingen geschikt was voor bepaalde werkzaamheden waarmee zij een inkomen kon verwerven zonder verlies aan verdiencapaciteit.
De rechtbank bevestigde dit besluit op basis van het advies van psychiater D. Kok. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het advies onjuist was, mede vanwege kritiek van haar behandelend psychiater. De Raad liet zich daarom adviseren door psychiater B.J. van Eyk, die het standpunt van de verzekeringsarts bevestigde.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens juist waren en dat appellante in staat was de geselecteerde werkzaamheden te verrichten. Een later rapport over de situatie in 2005 gaf geen aanleiding tot twijfel over de eerdere conclusies. De Centrale Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt is voor de geselecteerde werkzaamheden.