ECLI:NL:CRVB:2006:AV3822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en WAO-uitkeringsweigering per 16 juli 2000
Appellante stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de medische beoordeling en de inschatting van haar beperkingen onjuist waren, en dat de selectie van functies niet rekening hield met de aanwezigheid van die functies op de arbeidsmarkt op de datum in geding, 16 juli 2000.
De rechtbank had het bestreden besluit vernietigd vanwege een gebrek in de arbeidskundige grondslag, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de medische beoordeling dat appellante niet zodanig beperkt was dat zij niet geschikt was voor andere functies. De Raad nam daarbij ook nieuwe medische informatie in overweging en concludeerde dat deze niet relevant was voor de datum in kwestie.
Verder oordeelde de Raad dat de geselecteerde functies niet de belastbaarheid van appellante overschreden en dat functies zonder onregelmatigheidstoeslag ook passend konden zijn, mede gelet op haar MBO-diploma. Functies waarvoor zij niet voldeed aan beroepservaringseisen werden buiten beschouwing gelaten.
De Raad concludeerde dat het besluit van 13 januari 2004, waarin de weigering van de WAO-uitkering werd gehandhaafd, in stand kon blijven. Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd voor zover aangevochten bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering per 16 juli 2000 wordt gehandhaafd.