ECLI:NL:CRVB:2006:AV3833
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen en passend werk
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar vanaf 9 maart 2002 geen WAO-uitkering toe te kennen omdat zij geschikt zou zijn voor haar eigen werk als verpleeghulp via een uitzendbureau en ander passend werk met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er geen aanwijzingen waren dat het UWV onjuiste medische beperkingen had gehanteerd. Dit oordeel was gebaseerd op onderzoeken door verzekeringsartsen en een reactie van een bezwaarverzekeringsarts op informatie van de behandelend neuroloog.
Appellante voerde aan dat zij neurologische klachten heeft en mogelijk MS, waardoor zij niet in staat was haar werk te verrichten. De Raad oordeelde echter dat haar argumenten geen nieuwe gezichtspunten bevatten en dat haar tijdelijke werk als veilingmedewerkster in 2002 wijst op verbetering van haar gezondheid.
Omdat appellante geen second opinion van een neuroloog overlegde, zag de Raad geen reden voor nader medisch onderzoek en bevestigde het bestreden besluit en uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen en passend werk.