ECLI:NL:CRVB:2006:AV4198
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil over verwijtbare werkloosheid en WW-uitkering
Verzoeker, werkzaam als pluimveeslachter, kreeg zijn WW-uitkering geheel geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid, omdat hij vaak te laat kwam en zonder bericht afwezig was, wat leidde tot ontslag. Verzoeker stelde dat zijn gedrag veroorzaakt werd door een slecht gereguleerde diabetes en medische problemen, ondersteund door medische brieven.
De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat nader onderzoek moest plaatsvinden naar de toerekenbaarheid van het gedrag en de rol van de werkgever. Gedaagde stelde dat het besluit zorgvuldig was genomen en dat nader onderzoek niet nodig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek redelijkerwijs kan bijdragen aan de beoordeling en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er was onvoldoende bewijs dat de medische klachten tijdens het dienstverband al bestonden en dat de werkgever nalatig was geweest. Ook waren de financiële problemen van verzoeker onvoldoende uitzonderlijk om dringende redenen aan te nemen.
Het verzoek om onmiddellijke toekenning van de WW-uitkering werd afgewezen, waarbij werd benadrukt dat verzoeker zijn medische stellingen nader moet onderbouwen met gegevens.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en noodzaak van nader onderzoek.