ECLI:NL:CRVB:2006:AV4662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor gemeentelijke heffingen en zuiveringsheffing
Betrokkene ontving sinds 1984 een bijstandsuitkering en vroeg bijzondere bijstand aan voor gemeentelijke belastingen en een zuiveringsheffing over 2003. Deze aanvragen werden door de Regionale Sociale Dienst Pentasz Mergelland afgewezen omdat deze kosten als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan worden gezien, die uit de bijstandsnorm betaald moeten worden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en betrokkene ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de besluiten rechtsgeldig waren genomen en dat betrokkene sinds mei 2002 een beslagvrije bijstandsuitkering had, waarmee hij de kosten had kunnen reserveren of gespreid betalen. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
Ook het argument dat betrokkene zijn inkomen grotendeels aan achterstallig onderhoud van zijn woning besteedde, leidde niet tot een ander oordeel. De Raad benadrukte dat langdurige bijstandsontvangst op zichzelf geen grond is voor bijzondere bijstand. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.