ECLI:NL:CRVB:2006:AV4703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugbetaling geldlening bij Algemene bijstandswet wegens reële terugbetalingsverplichting
Appellante diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet en kreeg een geldlening toegekend onder verband van hypotheek. De gemeente Leiden stelde het maximumbedrag van de lening vast zonder rekening te houden met een schuld van appellante aan haar moeder. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het niet doorslaggevend is of de terugbetalingsverplichting aan een bepaalde termijn is gebonden, maar dat het gaat om de daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling. Uit de schuldbekentenis en het verhandelde ter zitting blijkt dat appellante een reële terugbetalingsverplichting heeft jegens haar moeder, inclusief rente en een opeisbare hoofdsom.
De Raad vernietigt het besluit van 22 juli 2003 en bepaalt dat de gemeente Leiden een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad de gemeente in de proceskosten van appellante en bepaalt vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 22 juli 2003 wordt vernietigd en de gemeente Leiden dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.