ECLI:NL:CRVB:2006:AV5135
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Weigering omzetting prestatiebeurs in gift berust op onjuiste wettelijke grondslag
Appellante verzocht om omzetting van haar prestatiebeurs in een gift op grond van bijzondere medische omstandigheden. Gedaagde wees dit verzoek af omdat de WSF 2000 pas op 1 september 2000 in werking trad, terwijl appellante haar studie eerder had beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het bestreden besluit berust op een onjuiste wettelijke grondslag. De regeling voor afstudeersteun zoals bedoeld in artikel 7.51 WHW was destijds van toepassing en werd uitgevoerd door onderwijsinstellingen, niet door gedaagde. De weigering had dan ook niet op de WSF 2000 kunnen worden gebaseerd.
Desondanks acht de Raad de weigering op zichzelf terecht en laat de Raad de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand overeenkomstig artikel 8:72, derde lid, Awb. Tevens veroordeelt de Raad gedaagde tot vergoeding van de proceskosten van appellante in beide instanties.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.