ECLI:NL:CRVB:2006:AV5730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-dagloon en vergoeding wettelijke rente bij nabetaling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) betreffende de vaststelling van zijn WAO-dagloon en de vergoeding van wettelijke rente over een nabetaling. Het geschil betreft onder meer de vraag of toeslagen zoals de CAO-toeslag en vakantietoeslag over reiskostenvergoeding in het dagloon moeten worden meegenomen.
De Raad overweegt dat terugkomen op een onherroepelijk besluit een bevoegdheid is die terughoudend moet worden beoordeeld en dat appellant bewijs moet leveren voor de gestelde toeslagen in de referteperiode. Aangezien appellant dit bewijs niet heeft geleverd, worden zijn bezwaren afgewezen. Tevens wordt het hoger beroep tegen het besluit over de rentevergoeding niet-ontvankelijk verklaard omdat het latere besluit van 27 december 2005 het eerdere besluit vervangt.
De Raad veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak bevestigt het eerdere oordeel van de rechtbank en sluit het hoger beroep grotendeels af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de rentevergoeding is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het dagloon wordt afgewezen.