ECLI:NL:CRVB:2006:AV5748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het meenemen van CAO-toeslag bij vaststelling WAO-dagloon
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn WAO-dagloon, omdat volgens hem ten onrechte geen rekening is gehouden met een CAO-toeslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt.
De Raad overwoog dat het terugkomen van een reeds onherroepelijk geworden besluit een bevoegdheid is die slechts terughoudend getoetst kan worden. Gedaagde stelde dat de CAO-toeslag een voorschot betrof op een latere loonverhoging en daardoor reeds was verdisconteerd in het loon bij de dagloonvaststelling. De Raad vond dit niet aannemelijk.
De Raad onderschreef het standpunt van gedaagde dat de CAO-toeslag als een eenmalige uitkering moet worden aangemerkt. Gelet op de Dagloonregelen WAO kan een CAO-toeslag alleen worden meegenomen bij WAO-uitkeringen die vóór 24 maart 1994 zijn ingegaan. Aangezien de uitkering van appellant daarna is ingegaan, kan de toeslag niet worden meegenomen. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt dat de CAO-toeslag niet mag worden meegenomen bij de vaststelling van het WAO-dagloon van appellant.