ECLI:NL:CRVB:2006:AV5889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afrekeningsnota en niet-ontvankelijkheid hoger beroep
Het geschil betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad over een afrekeningsnota 2003. De rechtbank had het bestreden besluit van het Uitvoeringsinstituut vernietigd.
De Centrale Raad van Beroep had het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat de appellant de gronden van het hoger beroep niet tijdig had ingediend. Later bleek dat de gronden toch op de uiterste dag van de termijn waren ingediend, waardoor de Raad besloot de eerdere niet-ontvankelijkheidsverklaring ambtshalve te laten vervallen en de procedure voort te zetten.
Uiteindelijk vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Tevens oordeelt de Raad dat er geen aanleiding is om de proceskostenvergoeding in stand te laten of toe te kennen, omdat het procesverloop in hoger beroep geen additionele kosten voor gedaagde heeft veroorzaakt.
Gedaagde heeft afgezien van verweer tegen het hoger beroep, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Raad. De uitspraak is gedaan door mr. R.C. Schoemaker op 9 maart 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.