ECLI:NL:CRVB:2006:AV6189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens ontbreken verzekeringsplichtige gezagsrelatie tussen vader en zoon
Appellant, de vader, voerde in hoger beroep aan dat binnen hun familie met Indisch-koloniale achtergrond de hiërarchie en gezagsverhoudingen anders lagen, waarbij hij feitelijk als werknemer optrad. De Raad overwoog dat de familierelatie in overwegende mate de arbeidsrelatie beheerste en dat er onvoldoende concrete aanwijzingen waren voor werkgeversgezag van de zoon over de vader.
De Raad baseerde zich op de stukken, waaronder de voorgeschiedenis, registratie en uitvoering van taken, en de hoorzitting. Hieruit bleek eerder een horizontaal teamverband tussen vader en zoon, waarbij de vader ook financiële en personele bevoegdheden had richting personeel en leveranciers, zoals vastgelegd in het handelsregister.
De Raad vond geen onmiskenbare feiten die een ander oordeel rechtvaardigden en concludeerde dat geen verzekeringsplichtige gezagsrelatie bestond. Daardoor had appellant geen recht op WW-uitkering over de periode in kwestie. Tevens was er een rechtsgrond voor het terugvorderen van het verleende voorschot. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Appellant had geen recht op WW-uitkering wegens ontbreken van een verzekeringsplichtige gezagsrelatie en het verleende voorschot mocht worden teruggevorderd.