ECLI:NL:CRVB:2006:AV6207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende medische arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van een WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De rechtbank had het beroep reeds ongegrond verklaard. De Raad overweegt dat arbeidsongeschiktheid alleen kan worden vastgesteld op basis van objectieve medische criteria en dat niet-medische oordelen geen doorslaggevende betekenis kunnen hebben.
De Raad stelt vast dat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV juist is toegepast en dat de verklaringen van familieleden over het functioneren van appellante onvoldoende zijn om het medische oordeel te weerleggen. De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 maart 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende medische arbeidsongeschiktheid.