ECLI:NL:CRVB:2006:AV6301

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1772 WAO + 04/1773 WAO + 04/1774 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 AwbArt. 7:15 AwbArt. 3:2 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenvergoeding na intrekking hoger beroep en herroeping bestuursbesluit

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot vergoeding van proceskosten nadat verweerder het hoger beroep had ingetrokken tegen een eerder door de rechtbank vernietigd besluit. De rechtbank had de bestreden besluiten vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen.

De Raad stelt vast dat door de intrekking van het hoger beroep de uitspraak van de rechtbank onherroepelijk is geworden, waardoor de onrechtmatigheid van de besluiten vaststaat. Verzoekster heeft kosten gemaakt voor rechtsbijstand in bezwaar en hoger beroep, waaronder het indienen van een bezwaarschrift, het verschijnen ter hoorzitting en het indienen van een verweerschrift.

De Raad overweegt dat op grond van artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 Awb Pro het bestuursorgaan op verzoek van een partij in de proceskosten kan worden veroordeeld indien het hoger beroep wordt ingetrokken. De Raad wijst het verzoek toe en begroot de vergoeding op €1.127,-. Vergoeding van voorbereidingskosten voor de zitting wordt afgewezen omdat deze niet in de limitatieve opsomming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn opgenomen.

De uitspraak is gedaan door mr. B.J. van der Net en uitgesproken op 16 maart 2006. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €1.127,- aan verzoekster als proceskostenvergoeding na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1772 WAO
04/1773 WAO
04/1774 WAO
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet inzake de kosten van het geding tussen:
[verzoekerster] te [vestigingsplaats], verzoekster,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
I. INLEIDING
Verweerder heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Haarlem op
15 maart 2004 tussen partijen gegeven uitspraak.
Namens verzoekster heeft mr. D.J.M.M. Augustin, werkzaam bij Ernst & Young belastingadviseurs te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.
Verweerder heeft bij brief van 22 september 2005 het hoger beroep ingetrokken.
Bij schrijven van 12 oktober 2005 heeft verzoekster verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en daarbij toestemming verleend voor afdoening buiten zitting. Verzoekster heeft hierop bij brief van 17 november 2005 een reactie gegeven waarop verweerder heeft gereageerd bij schrijven van 25 november 2005.
Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad gehouden op 9 maart 2006, waar partijen met voorafgaand schriftelijk bericht niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Artikel 21a van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb) in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 7:15, tweede lid van de Awb, voorzover hier van belang, worden de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Ingevolge artikel 7:15, derde lid, van de Awb wordt het verzoek gedaan voordat het bestuursorgaan op het bezwaar heeft beslist; het bestuursorgaan beslist op het verzoek bij de beslissing op bezwaar. Ingevolge artikel 7:15, vierde lid, van de Awb worden bij algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld over de kosten waarop de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
Ingevolge artikel 8:75, eerste lid, van de Awb, voorzover hier van belang, is de rechtbank bij uitsluiting bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank en van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. Artikel 7:15, tweede tot en met vierde lid, van de Awb is hierbij van toepassing. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling als bedoeld in de eerste volzin van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop bij uitspraak het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
De Raad stelt vast dat verzoekster in haar bezwaarschrift van 27 maart 2003 heeft verzocht om vergoeding van alle door haar in de bezwaarprocedure gemaakte kosten. Voorts stelt de Raad vast dat de rechtbank bij haar uitspraak onder meer de thans nog van belang zijnde bestreden besluiten heeft vernietigd wegens strijd met het bepaalde in artikel 3:2 van Pro de Awb. Daarbij heeft de rechtbank verweerder opgedragen nieuwe besluiten te nemen met in achtneming van haar overwegingen alsmede een proceskosten-veroordeling ten laste van verweerder uitgesproken.
De Raad volgt voorts verweerder in zijn opvatting dat door de intrekking van het hoger beroep de uitspraak van de rechtbank Haarlem onherroepelijk is geworden waardoor de onrechtmatigheid van de bestreden besluiten die zien op de premiejaren 2000 en 2001 vaststaat.
In aanmerking nemend dat van de zijde van verzoekster kosten zijn gemaakt voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, namelijk voor het indienen van een bezwaarschrift, het verschijnen ter hoorzitting alsmede de schriftelijke uiteenzetting van 20 juni 2003 en in hoger beroep, namelijk voor het indienen van een verweerschrift, acht de Raad termen aanwezig om het voorliggende verzoek te honoreren en bedoelde, voor vergoeding in aanmerking komende kosten te begroten op € 1.127,--.
Met betrekking tot de gevorderde voorbereidingskosten voor de zitting ten bedrage van
€ 2.915,50 merkt de Raad op dat in de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht een limitatieve opsomming is gegeven van proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden toegewezen. In vergoeding van de in verband met de zitting gemaakte voorbereidingskosten is daarbij niet voorzien. Dat de gemachtigde van verzoekster eerst twee dagen voor de zitting vernomen heeft dat het hoger beroep was ingetrokken maakt dat niet anders.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag groot
€ 1.127,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2006.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) R.E. Lysen.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.