ECLI:NL:CRVB:2006:AV6408
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening afgewezen in geschil over verwijtbare werkloosheid en WW-uitkering
Betrokkene was werkzaam via een uitzendbureau bij een bedrijf en verloor zijn baan na een meningsverschil over een maaltijdvergoeding in verband met een verplichte cursus veiligheid. Het UWV weigerde de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde dit besluit onterecht en oordeelde dat betrokkene niet verwijtbaar werkloos was geworden. Het UWV ging in hoger beroep en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat betrokkene recht had op WW-uitkering vanaf 16 februari 2005 en dat hij een spoedeisend belang had bij de voorziening. Uit de feiten bleek dat betrokkene niet onoorbaar had gehandeld en niet gewaarschuwd was dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden. Ook was er geen eerdere gedragsproblematiek en bleef het uitzendbureau bereid tot bemiddeling.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het gedrag van betrokkene niet verwijtbaar was en dat het UWV ten onrechte de uitkering had geweigerd. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat nader onderzoek niet zou bijdragen aan de beoordeling. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.