ECLI:NL:CRVB:2006:AV6427

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05-2451 NABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.G.M. Simons
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens verzoek terug te komen van primair besluit

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen betreffende een besluit van 18 september 2002. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de brief van appellant van 8 april 2004 moet worden gezien als een verzoek om terug te komen van het in rechte vaststaande primaire besluit en niet als een herhaald bezwaar.

De Raad verwijst naar eerdere uitspraken, waaronder die van de voorzieningenrechter van 15 juli 2003, waarin reeds onherroepelijk is vastgesteld dat er geen concreet geschil bestaat over het besluit van 18 september 2002. Hierdoor ontbreekt het appellant aan een procesbelang bij de beoordeling van het hoger beroep.

De Raad constateert verder dat appellant kennelijk onredelijk gebruik maakt van het procesrecht, maar dat er geen bewijs is van door gedaagde gemaakte kosten die tot proceskostenveroordeling kunnen leiden. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
05/2451 NABW
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen, gedaagde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 7 april 2005,
reg.nr. 04/789 NABW.
Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 1 februari 2006, waar partijen - wat gedaagde betreft met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Voor de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak en naar de tussen partijen gewezen uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van 15 juli 2003, reg.nrs. 03/2563 NABW-VV en 03/1195 NABW.
De Raad stelt voorop dat hij, anders dan gedaagde in het in beroep bij de rechtbank bestreden besluit van 15 juni 2004 en eveneens anders dan de rechtbank in de aangevallen uitspraak, de brief van appellant aan gedaagde van 8 april 2004 aanmerkt als een verzoek om terug te komen van het in rechte vaststaande - primaire - besluit van 18 september 2002, en niet als een herhaald bezwaar tegen dat besluit.
De Raad overweegt vervolgens dat de voorzieningenrechter van de Raad in de uitspraak van 15 juli 2003 reeds
- onherroepelijk - heeft geoordeeld dat geen sprake is van een concreet geschil tussen partijen met betrekking tot het besluit van 18 september 2002.
Daarvan uitgaande valt niet in te zien welk (proces)belang appellant heeft bij een beoordeling door de Raad van (de juistheid van) de aangevallen uitspraak, die immers - opnieuw - betrekking heeft op dat besluit.
Dit betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
De Raad is voorts van oordeel dat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door appellant. Van door gedaagde gemaakte kosten waarop een veroordeling (van appellant) in de proceskosten betrekking kan hebben, is echter niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2006.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) L. Jörg