ECLI:NL:CRVB:2006:AV6748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering geweigerd wegens overschrijding beslistermijn en juiste medische beoordeling
Appellant had een WAO-uitkering toegekend gekregen voor een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Hij meldde op 7 juni 1999 een toename van arbeidsongeschiktheid, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot pas op 22 februari 2002 om de uitkering niet te herzien. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat het besluit ondanks de overschrijding van de beslistermijn niet onrechtmatig was, maar bepaalde wel dat appellant recht had op vergoeding van proceskosten.
In hoger beroep stelde appellant dat de overschrijding van de beslistermijn onrechtmatig was en dat zijn melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid niet adequaat was onderzocht. De Raad stelde vast dat de melding wel degelijk was onderzocht door verzekeringsartsen en dat de medische beoordeling op juiste gronden was gebaseerd. De Raad oordeelde dat het niet tijdig beslissen gegrond was en vernietigde het besluit voor zover het betrekking had op de overschrijding van de beslistermijn.
De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af omdat niet was aangetoond dat appellant schade had geleden door de overschrijding. Daarnaast werd appellant alsnog niet-ontvankelijk verklaard in zijn bezwaar over het dagloon, omdat dit niet in het bestreden besluit was meegenomen. De overige klachten van appellant werden verworpen en het bestreden besluit werd in zoverre bevestigd.
Uitkomst: Het besluit tot weigering herziening WAO-uitkering wordt vernietigd vanwege overschrijding beslistermijn, maar de medische beoordeling blijft in stand en schadevergoeding wordt afgewezen.