ECLI:NL:CRVB:2006:AV7377
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van intrekking en terugvordering WAO-uitkering zonder dringende reden tot kwijtschelding
Appellant ontving vanaf 1 maart 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. Gedaagde stelde bij besluit van 6 juni 2001 vast dat dit percentage met ingang van 1 april 1999 was gedaald tot minder dan 15%, waarna de uitkering werd ingetrokken. Tegen dit besluit werd geen bezwaar gemaakt. Vervolgens werd de terugvordering van de onterecht ontvangen uitkering over de periode 1 april 1999 tot en met 30 november 2000 vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering en tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om herziening van het intrekkingsbesluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht niet-ontvankelijk, omdat er geen besluit was waartegen bezwaar kon worden gemaakt. De Raad onderschreef deze overwegingen en bevestigde het bestreden besluit dat het bezwaar tegen de terugvordering ongegrond verklaarde.
Appellant voerde aan dat hij een laag gezinsinkomen had, een aanzienlijke schuld aflost, en onvoldoende was geïnformeerd over de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Ook stelde hij dat gedaagde nalatig was geweest in het doen van onderzoek naar zijn inkomsten. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden geen dringende reden vormen om van terugvordering af te zien, omdat het hier niet gaat om een bijzondere of uitzonderlijke situatie die onaanvaardbare consequenties voor appellant zou hebben.
De Raad benadrukte dat het niet ontwikkelen van een beleidslijn omtrent dringende redenen geen verwijt is, omdat het een individuele afweging betreft. Ook nalatigheid van gedaagde en de schuldenlast van appellant rechtvaardigen geen kwijtschelding. De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en de terugvordering van te veel ontvangen uitkeringen worden bevestigd zonder toepassing van kwijtschelding.