ECLI:NL:CRVB:2006:AV7826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugwerkende herbeoordeling WAO-uitkering
Gedaagde ontving een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Na afloop van deze uitkering per 1 mei 2001 verzocht gedaagde om voortzetting. Appellant besloot op 11 oktober 2001 de uitkering voort te zetten met dezelfde mate van arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar van gedaagde tegen dit besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
Later verzocht gedaagde appellant om terug te komen op het besluit van 11 oktober 2001, waarna appellant op 28 november 2002 besloot de uitkering met ingang van 1 mei 2001 te verhogen naar 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Gedaagde maakte bezwaar omdat hij meende dat de uitkering met terugwerkende kracht vóór 1 mei 2001 had moeten worden verhoogd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens ondeugdelijke motivering, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bezwaar betrekking heeft op een periode vóór 1 mei 2001, die niet aan de orde was in het besluit. Daarom verklaart de Raad het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigt het bestreden besluit, waarbij het bezwaar alsnog wordt afgewezen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot herbeoordeling van de WAO-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard.