ECLI:NL:CRVB:2006:AV7846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluit wegens motiveringsgebrek met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant, werkzaam in een paprikakwekerij, viel uit wegens knieklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Na medische en arbeidskundige onderzoeken werd geconcludeerd dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WAO-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn lichamelijke en psychische klachten. De Raad stelde vast dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd, waardoor het vernietigd moest worden wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro. De Raad oordeelde echter dat de rechtsgevolgen van het besluit geheel in stand konden blijven volgens artikel 8:72 Awb Pro.
De medische rapportages van verzekeringsartsen en de arbeidsdeskundige werden als zorgvuldig en deugdelijk beoordeeld. Psychische klachten speelden pas na de datum van het besluit een rol en konden daarom niet in aanmerking worden genomen. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.