ECLI:NL:CRVB:2006:AV7896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korting AOW-uitkering wegens niet-verzekerde periode
Appellant, geboren in Nederland en woonachtig in Duitsland, werkte van 1960 tot 1984 in Duitsland en was daar verzekerd volgens de Arbeiterrentenversicherung. Hij ontving diverse uitkeringen, waaronder WW, Berufsunfähigkeitsrente en WAO. In 1989 vroeg appellant vrijstelling van de Nederlandse volksverzekeringen, waaronder de AOW, die werd verleend met het gevolg dat hij geen AOW-rechten meer opbouwde.
Gedaagde paste een korting van 78% toe op de AOW-uitkering vanaf 1 januari 2002 wegens niet-verzekerde perioden. Appellant voerde aan dat hij tijdens WW-uitkeringen vrijwillig verzekerd was en dat de vrijstelling niet rechtsgeldig was. De Raad oordeelt dat gedaagde de korting deels moet herzien en een nieuwe beslissing moet nemen, met name over de periode 1984-1985 waarin onvoldoende is onderzocht of appellant zijn werkzaamheden voorgoed had gestaakt.
De Raad stelt vast dat de vrijstelling niet in strijd is met communautair recht en dat appellant vanaf zijn verhuizing naar Duitsland in 1998 niet meer verzekerd was krachtens de AOW. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen.