ECLI:NL:CRVB:2006:AV8550
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing gedeeltelijke kwijtschelding premies door Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond, waarin haar verzoek tot gedeeltelijke kwijtschelding van premies werd afgewezen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) had het primaire besluit gehandhaafd omdat appellante niet had voldaan aan haar lopende verplichtingen, ondanks dat zij de vorderingen van de Belastingdienst tot en met december 2002 geheel had voldaan.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of het UWV terecht de voorwaarde stelde dat lopende verplichtingen stipt moeten worden nagekomen om in aanmerking te komen voor kwijtschelding. Het UWV verwees naar een beleidsregel, vervat in het inmiddels ingetrokken Besluit incasso en invordering, die dit voorschrijft. De Raad achtte deze uitleg niet onredelijk en bevestigde dat het UWV deze voorwaarde mocht stellen.
Appellante voerde aan dat het UWV deze voorwaarde niet consequent toepaste, maar de Raad vond de overgelegde brief onvoldoende om te concluderen dat sprake was van ongelijke behandeling. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek tot gedeeltelijke kwijtschelding van premies wordt bevestigd.