ECLI:NL:CRVB:2006:AV8570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit correctie en boetenota’s looncontrole Tentoonstellingbouwers
Appellante, een bedrijf gespecialiseerd in tentoonstellingbouw, werd geconfronteerd met correctie- en boetenota’s van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) naar aanleiding van looncontroles over de jaren 1998 tot en met 2002. De nota’s betroffen onder meer vergoedingen voor koffie/gereedschapsgeld, overwerk, zakgeld en maaltijden aan werknemers. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vergoedingen reële, noodzakelijke en onvermijdelijke kosten voor de uitoefening van het werk betroffen.
In hoger beroep stelde appellante dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, en voerde zij aan dat de boetenota’s onterecht waren vastgesteld. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van gelijke gevallen en bevestigde dat de afspraken uit de eerdere looncontrole van 1998 leidend waren. Wel werd geoordeeld dat de correcties met betrekking tot het gereedschapsgeld voor ambulant personeel onterecht waren, omdat deze vergoeding destijds was geaccepteerd.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot correctie- en boetenota’s wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.