ECLI:NL:CRVB:2006:AV8760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling maatmaninkomen bij intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over het maatmaninkomen van betrokkene bij de intrekking van diens WAO-uitkering. Betrokkene was langdurig arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Het geschil draaide om de vraag of het maatmaninkomen terecht was vastgesteld op het wettelijk minimumuurloon.
De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag van het besluit juist was, maar dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld omdat de appellant ten onrechte het wettelijk minimumuurloon als maatmaninkomen had gehanteerd. De Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat de maatmanarbeid het werk van chauffeur op een tankauto is, dat betrokkene tot september 1983 heeft verricht en waarvoor hij medisch geschikt was.
De Raad wijst erop dat betrokkene in de periode na september 1983 tot februari 1987 loonvormende arbeid verrichtte, werkloos was met loongerelateerde uitkeringen of ziek was, en dat het in strijd is met het loondervingsbeginsel van de WAO om het maatmaninkomen op het wettelijk minimumloon te stellen. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, met de verplichting voor appellant een nieuw besluit te nemen in lijn met deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.