ECLI:NL:CRVB:2006:AV8804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening AOW-uitkering wegens gezamenlijke huishouding ondanks ontbreken zwijgrecht
Appellanten ontvingen AOW-uitkeringen naar de norm voor ongehuwden. Naar aanleiding van een anonieme melding deed de Sociale Verzekeringsbank onderzoek en legde een huisbezoek af. Tijdens dit bezoek verklaarden appellanten een gezamenlijke huishouding te voeren vanaf 1 juli 1998. Op basis hiervan herzag de bank de AOW-uitkeringen naar de gehuwdennorm.
Appellanten maakten bezwaar en stelden onder meer dat zij niet waren gewezen op het zwijgrecht, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro zou zijn. De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad dit oordeel en oordeelde dat appellanten op grond van de AOW-informatieplicht verplicht waren hun situatie te melden, zodat het zwijgrecht niet van toepassing was.
De Raad stelde vast dat appellanten feitelijk samenwoonden in de woning van appellant en voldoende zorg voor elkaar droegen, zoals gezamenlijke maaltijden, gedeelde kosten en wederzijdse verzorging. De Raad vond de verklaringen consistent en betrouwbaar en wees het verweer van appellanten af. De herziening van de AOW-uitkering was daarmee terecht en het hoger beroep slaagde niet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de AOW-uitkering naar de gehuwdennorm wegens gezamenlijke huishouding en wijst het hoger beroep af.